Onder de reekstitel: Vaktherapeutische verkenningen is verschenen:

 

te bestellen: 

Interventies van vaktherapeuten. Onderzoek naar de uitvoering van pragmatisch-structurerende werkvormen in de GGZ.

 

 

 

 

 

Barbara Krantz (2006). Interventies van vaktherapeuten. Onderzoek naar de uitvoering van pragmatisch-structurerende werkvormen in de GGZ. Interne uitgave Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. ISBN-10: 90-72482-00-X. ISBN-13: 978-72482-00-6.

€ 15,00.

Samenvatting

 

Dit onderzoek is een initiatief van het lectoraat “Professionalisering van agogische beroepen en vaktherapeuten in de gezondheidszorg” van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met de vakgroep vaktherapeuten van GGZ de Gelderse Roos en het GRIP, Gelderse Roos Instituut voor Professionalisering.

Vaktherapeuten dienen steeds meer te professionaliseren. Op dit moment krijgt de professionalisering van vaktherapeuten vooral vorm door beschrijving en ontwikkeling van gestandaardiseerde producten. Er wordt weinig gekeken naar de daadwerkelijke uitvoering van het vak, en er is ook weinig aandacht voor de professionalisering van de individuele vaktherapeute. Met dit onderzoek wordt gepoogd deze hiaten wat meer te vullen. Onderzocht is hoe het handelen van een vaktherapeute in de praktijk daadwerkelijk verloopt. Daarvoor is de volgende onderzoeksvraag gesteld:

Hoe voeren vaktherapeuten binnen de GGZ een pragmatisch-structurerende werkvorm uit?

De vraag is onderverdeeld in vijf subvragen:

1.   Wanneer plegen vaktherapeuten interventies?

2.   Wat zijn beweegredenen voor interventies?

3.   Wat voor (soort) interventies plegen vaktherapeuten?

4.   Is er een samenhang aan te wijzen tussen momenten van interventies, beweegredenen en de interventie zelf?

5.   Wanneer vinden vaktherapeuten de uitvoering van een pragmatisch-structurerende werkvorm geslaagd en met welke motivatie?

 

Als onderzoeksmethode is gekozen voor het Stimulated Recall interview. Vier vaktherapeuten van GGZ de Gelderse Roos (een beeldende therapeute, een dramatherapeute, een muziektherapeut en een psychomotrisch therapeute) zijn gevraagd een pragmatisch-structurerende werkvorm die zij vaak uitvoeren, te beschrijven en vervolgens een therapiesessie op video op te nemen waarin zij deze werkvorm daadwerkelijk uitvoeren. De videobeelden zijn vervolgens gebruikt in een interview, het zogenaamde Stimulated Recall interview, waarin de vaktherapeuten steeds uitlegden, wat zij op de video deden en met welke beweegreden. Er vonden vier interviews plaats, die volledig werden uitgetypt. Vervolgens is een uitvoerige kwalitatieve analyse uitgevoerd op de getranscribeerde interviews. Daarbij is gebruik gemaakt van het computerprogramma “Kwalitan”.

De resultaten tonen aan dat het uitvoeren van een (gestandaardiseerde) werkvorm allesbehalve gestandaardiseerd of routinematig verloopt. In de praktijk komt een vaktherapeute juist een groot aantal onvoorspelbare momenten tegen waarop zij ad hoc moet reageren. De grote aandacht die binnen de beroepsgroep op dit moment uitgaat naar het standaardiseren van producten, lijkt dan ook (te) eenzijdig. Naast het vergroten van de body of knowledge van de vaktherapie, zou meer aandacht besteed moeten worden aan het vergroten van de competenties van individuele vaktherapeuten. Methodisch kunnen reageren in onvoorspelbare situaties ontstaat door ervaring en voortdurende reflectie op het eigen handelen. De methode SR interview, die in dit onderzoek als instrument voor de dataverzameling is gebruikt, bevordert het reflecteren op en expliciteren van de eigen beroepskennis. Dit werd ook door de participanten aan dit onderzoek als zodanig ervaren. De methode SR interview zou daarmee één van de methoden kunnen zijn waarmee individuele vaktherapeuten geholpen zouden kunnen worden om zich verder te professionaliseren.

 

 

Summary

 

This study is part of the research program “Professionalisation of social professionals and creative arts therapists in health care” at HAN University. The study was conducted in collaboration with the department of creative arts therapists of “GGZ de Gelderse Roos” and “GRIP” (“Gelderse Roos Instituut voor Professionalisering”).

Creative arts therapists are required to actively engage in professionalisation of their practices. Currently professionalisation focuses on describing and developing standardized treatment procedures. However, the actual therapeutic actions in a therapy session have hardly been investigated.  Similarly, professionalisation of the individual therapist has as yet received little attention.

The current investigation aims to fill the gap by focusing on the research question “How do creative arts therapists in mental health care perform a procedure for pragmatic structuring?” and by studying professional behaviour of the individual creative arts therapist while in session with a client. Five sub-questions were formulated as part of the study:

1)   When do creative arts therapists intervene?

2)   Which motives for intervening do they report?

3)   What kind of interventions do they perform?

4)   Is there a correlation between timing, motive and type of the interventions?

5)   What criteria and rationale do the therapists use to evaluate the success of the pragmatic-structuring procedure applied?

 

Four therapists (art, drama, music and movement therapist) participated by performing a pragmatic structuring procedure with a client and recording the session on videotape. The data were collected using Stimulated Recall interviews in which participants commented on the recorded material by indicating, whenever the video was stopped, what interventions they carried out and for what reason. The four integrally transcribed interviews were analysed extensively using a computerized tool for qualitative analysis.

Rather interestingly the results indicated that application of a standardized procedure does not occur in a standardized way at all. Instead a therapist encounters a a great many unpredictable situations to which he or she needs to respond in an ad-hoc way. Thus, it appears that a focus on the standardization of treatment procedures is too one-dimensional a professionalisation strategy.

It was concluded that a strategy aimed at developing individual competencies of therapists appears necessary for adequate professionalisation, parallel to increasing the creative arts therapists’ professional body-of-knowledge. In particular, the ability to respond methodically to unpredictable events in a therapy session can be considered a competency which can be developed only through experience and continuous reflection on one’s own practice.

Furthermore, based partly on the participants’ reactions, it was concluded that the Stimulated Recall interviewing method might pose an especially suitable instrument for reflection on and explicitizing of therapeutic practice as a method of professionalisation in the creative arts therapies.

Furthermore, based on the participants’ reactions among others, it was concluded that the Stimulated Recall interviewing method might pose an especially suitable instrument for reflection on and explicitizing of therapeutic practice as a method of professionalisation in the creative arts therapies.