|
Criteria preselectie Creatieve Therapie Opleidingen
Woord vooraf
I n de Wet HBO is geregeld dat studenten met een bepaalde vooropleiding toegelaten dienen te worden tot het propedeutisch jaar van een bepaalde studie. In dat jaar vindt dan een selectie plaats voor het verdere vervolg van deze studie. Sommige opleidingen, waaronder de Creatieve Therapie Opleidingen, hebben echter de mogelijkheid van een preselectie.
Het uitgangspunt bij deze preselectie is dat de kandidaten over voldoende kwaliteiten dienen te beschikken op het gebied van het medium van de gekozen richting - beeldend vormen, drama of muziek - om de opleiding met succes te kunnen volgen.
Het doel van de preselectie is dan ook dat nagegaan wordt of de kandidaat geschikt is voor de opleiding; daarnaast heeft ze voor de kandidaat de functie om voor zichzelf na te gaan of de opleiding wel bij hem of haar past. De preselectie geldt altijd voor één differentiatie (beeldend, drama, muziek). Wel kan een kandidaat aan meer dan een preselectie deelnemen.
De organisatie van de selectiedag
De selectiedag duurt ongeveer van half elf tot drie à vier uur, dit hangt af van het aantal te selecteren deelnemers. De selectie wordt gedaan door resp. muziek- drama- of beeldend vormen docenten, deze zijn tevens de beoordeelaars. De docenten worden bijgestaan door een aantal 1e- of 2e-jaars studenten. Bij de selectie wordt gelet op specifieke capaciteiten behorende bij het medium waarvoor geselecteerd wordt en ook op algemene reflectievaardigheden. De criteria zijn hieronder beschreven. Er is een algemeen gedeelte waarin met de groep gewerkt wordt en een individueel gedeelte. In de uitnodigingsbrief voor de selectiedag wordt de voorbereiding nader uitgelegd. Je ontvangt ter voorbereiding een huiswerkopdracht. Bij drama bereidt de kandidaat een zelfgekozen monoloog voor, bij muziek neemt de kandidaat een aantal zelfgekozen muziekstukken mee om voor te spelen en eigen instrument(en), bij beeldend vormen neemt de kandidaat zijn eigen werk mee (zo veel en gevarieerd mogelijk) en de huiswerkopdracht. (Geldend voor alle media)
Algemene
reflectievaardigheden in het medium
De kandidaat kan beschrijven waar het eigen werk over gaat. De kandidaat kan over zijn ervaringen praten, opgedaan in de
preselectie. Bijvoorbeeld
naar aanleiding van: “Hoe
vond je het gaan en wat ben je tegengekomen tijdens het werken?” De kandidaat kan afstemmen in het werk op de ander. Bijvoorbeeld
naar aanleiding van de vraag: “Waar
voelde je contact met de ander in het samenwerken? Hoe heb je erop
gereageerd?” En:
“Herken je die reactie van jezelf?”
De kandidaat kan keuzes in eigen werk, spel of muziek verantwoorden.
Bijvoorbeeld
naar aanleiding van:
“Waarom
heb je hiervoor gekozen?”
De kandidaat kan omgaan met feedback en kan feedback plaatsen in eigen
werk, spel of muziek (kunnen incasseren en reageren).
Bijvoorbeeld
naar aanleiding van:
“Ik
vond dat je nogal timide was in het schilderen en weinig ruimte innam,
herken je dit van jezelf of juist helemaal niet?”
De kandidaat kan alternatieven bedenken bij probleem in eigen werk.
Bijvoorbeeld
naar aanleiding van:
“Welke
oplossingen kun je bedenken bij deze moeilijkheid?”
De kandidaat kan een verband leggen tussen medium en beroep: heeft al
enige kennis van het beroep
Bijvoorbeeld
naar aanleiding van:
“Wat
is het beeld dat je hebt van een creatief therapeut, wat doet zo iemand
zoal de hele dag?”
De kandidaat kan een verband leggen tussen medium en persoonlijke
eigenschappen en beroepsattitude.
Bijvoorbeeld
naar aanleiding van:
“Waarom
denk je dat je geschikt bent voor deze opleiding?” De beoordeling van de mediumspecifieke eisen geschiedt aan de hand van onderstaande punten:
Beeldend vormen
Beeldende materialen
Aanraking van het materiaal
Persoonlijke thematiek, inhoud, kleur en maat
Waarneming
Handvaardigheid
Huiswerkopdrachten
Drama
Samenwerking
Beweging
Presentatie
Huiswerkopdrachten
Muziek Instrumentaal en stem
Ritme
Melodie
Solfège (gehoor/ muziektheoretische kennis)
Improvisatie
Stemvaardigheid
Huiswerkopdrachten
Binnen twee weken wordt de uitslag schriftelijk meegedeeld. Toelatingsonderzoek Studenten die niet voldoen aan de wettelijke vooropleidingseisen en voor het begin van het studiejaar 21 jaar of ouder zijn kunnen deelnemen aan een vooropleidingonderzoek. In de praktijk houdt dit een toelatingsexamen in. Nadere informatie hierover is beschikbaar bij het Bureau Studenten Administratie.
Voor studenten met een adequate buitenlandse vooropleiding geldt dat zij pas worden toegelaten als zij de Nederlandse taal in voldoende mate beheersen. Daaraan is voldaan, wanneer het volledige Examen Nederlands als tweede taal (examen NT2) is behaald. |