VAKTHERAPEUTISCHE BEROEPEN

 

Vaktherapeuten behandelen cliënten met psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen en maken daarbij op methodische wijze gebruik van beeldende, dans-, drama-,muzikale of psychomotorische interventies.
 

Vaktherapeuten

Tot de vaktherapeutische beroepen worden gerekend: beeldend therapeuten, danstherapeuten, dramatherapeuten, muziektherapeuten en psychomotorisch therapeuten.
 

Werkvelden

Vaktherapeuten voeren een eigen praktijk of zijn werkzaam binnen instellingen op gebied van de somatische en geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, justitiële instellingen, het
speciaal onderwijs en welzijnsinstellingen.
 

Doelgroepen

Vaktherapeuten behandelen cliënten met een breed scala aan ‘psychosociale problemen en psychiatrische stoornissen’. Met deze begrippen wordt ook verwezen naar ontwikkelingsstoornissen, (gevolgen van) lichamelijke of verstandelijke beperkingen, psychosomatische klachten en psychomotorische klachten. De problematiek die door vaktherapeuten wordt behandeld, heeft in
het algemeen biologische, sociale en psychische componenten en kan zich afspelen op diverse levensgebieden. Cliënten kunnen tot alle leeftijdsgroepen behoren: kinderen, jeugd, volwassenen en ouderen. Vaktherapeuten bieden individuele behandeling, groepsbehandeling, partner-relatietherapie en
gezinstherapie.
 

Behandeldoelstellingen

De term ‘behandelen’ geeft weer dat doelstellingen van vaktherapieën in algemene zin gericht zijn op het terugdringen van de stoornis, het verminderen van de gevolgen van een stoornis, het op gang brengen van gestagneerde ontwikkeling, het voorkomen van achteruitgang in het functioneren of het verbeteren van psychosociaal functioneren. Doelstellingen kunnen ook als volgt geformuleerd worden: het bewerkstelligen van verandering, ontwikkeling, stabilisatie of acceptatie op emotioneel, gedragsmatig, cognitief, sociaal of lichamelijk gebied. Vaktherapeuten zijn behandelaars die tevens aan behandeling gelieerde vormen van begeleiding kunnen bieden, als ook voorlichting, preventie, advies en trainingen.
 

Domeinafbakening

De behandeldoelstellingen van vaktherapeuten vertonen overeenkomsten met die van verpleegkundige-, medische-, agogische- en
gedragswetenschappelijke beroepsgroepen werkzaam voor dezelfde doelgroepen. Vaktherapeuten gebruiken echter andere middelen, het medium, om deze doelstellingen te bereiken. Met het begrip medium wordt bedoeld: het geheel van werkvormen, materialen en technieken dat gebruikt wordt om de problematiek of stoornis van de cliënt te behandelen. Sommige vaktherapeuten hanteren meerdere media. In de wandelgangen worden de vaktherapeuten ook wel, enigszins simplificerend, als non-verbaal therapeuten aangeduid, als therapeuten die het handelen centraal stellen, of als vorm van experientiële therapie beschreven. In het kader van dit beroepsprofiel gaan we niet nader in op al die aanduidingen. We stellen vast dat er in de praktijk diverse begrippen gebruikt worden om verschillen en overeenkomsten aan te geven tussen vaktherapieën onderling en met andere professionals. Het domein van de
vaktherapieën kan het best getypeerd worden door de eigen aard van de middelen te benoemen, die worden aangewend om de  doelstellingen van de behandeling te realiseren. Deze middelen, lichaams- en bewegingsgerichte werkvormen, beeldend werken, muziek, drama en dans zijn geen doel op zich. Ze worden door vaktherapeuten gebruikt als context waarbinnen de problematiek, klachten en/of gedrag van cliënten ‘al doende’ aan de orde komen en binnen een proces van systematische interventies doelgericht
worden beïnvloed.
Binnen de verpleegkundige-, medische-, agogische- en gedragswetenschappelijke beroepsgroepen wordt als aanvulling op de eigen
werkwijze soms op beperkte wijze gebruikt gemaakt van dezelfde middelen als vaktherapeuten inzetten.
Omdat vaktherapeuten gespecialiseerd in zijn het werken met een medium, kunnen zij een gedifferentieerder aanbod aan methoden, werkvormen en technieken inzetten dan de hierboven genoemde hulpverleners.
 

Methodisch handelen

Behandelingen door vaktherapeuten vinden op ‘methodische wijze’, d.w.z. op planmatige manier plaats.
 

Diagnostiek

In de intakeprocedure doet de therapeut diagnostisch onderzoek naar de aard, oorzaken en instandhoudende factoren van de problematiek. Vaktherapeuten gebruiken hierbij hun kennis van de gangbare diagnostische systemen. Zij stellen een aanvullende vakspecifieke diagnose, die toegespitst is op de omgang met de vaktherapeutische middelen.
 

Indicaties

De therapeut indiceert de cliënt voor een bepaalde therapie op grond van de hulpvraag, klachten, diagnostiek en mogelijkheden van de cliënt. Vervolgens wordt een behandelplan gemaakt met expliciete doelstellingen en afspraken. Dit wordt met de cliënt besproken. Als cliënt en behandelaar hierover overeenstemming hebben kan worden begonnen met de behandeling. De uitvoering van de therapie wordt regelmatig door behandelaar en cliënt geëvalueerd en bijgesteld. In situaties waarbij verbale communicatie door de cliënt bemoeilijkt is, niet wenselijk is (bij overmatig rationaliserende cliënten), of geheel ontbreekt (bij handicaps of ernstige ziekte), worden de non-verbale aspecten van de vaktherapeutische media nadrukkelijk benut.
 

Interventies

Vaktherapeuten gebruiken interventies in of met het medium voor het uitvoeren van de therapie, naast verbale interventies, die ontleend zijn aan diverse psychologische stromingen. Een ‘interventie’ is een ingreep in het therapeutisch proces waarmee hij doelgericht sturing geeft aan het handelen van de cliënt en de ervaringen die deze opdoet. De ervaringen kunnen receptief worden opgedaan (bijv. een ontspanningsoefening doen), hebben een actief karakter (bijv. hardlopen, boetseren, drummen), of worden
verkregen door een combinatie van receptieve en actieve werkwijzen (bijv. ontspannen door inspanning).
 

Werkrelatie

Vaktherapeuten besteden binnen de behandeling aandacht aan een goede werkrelatie met de cliënt. Die werkrelatie is een belangrijk middel om de cliënt te helpen aan de slag te gaan. De werkrelatie kan wanneer nodig, ook zelf het aangrijpingspunt van de interventies worden.
 

Betekenisverlening

Het gaat in vaktherapieën niet louter en alleen om de ervaring. Een noodzakelijk onderdeel van vaktherapieën is het verlenen van betekenis aan de ervaringen die de cliënt in de therapie opdoet, in relatie tot de problemen of stoornis. Hierbij kan het gaan om het verwoorden van opgedane ervaringen. Ook kan het gaan om het leggen van verbanden. Dit kunnen verbanden zijn tussen de therapie-ervaringen en de gevoelens, gedachten en reacties van anderen, verbanden tussen de therapiesituatie en het dagelijks leven of verbanden tussen therapie-ervaringen en ervaringen uit het verleden of toekomstverwachtingen.
 

Werkwijzen

In overeenstemming met de doelstellingen volgen vaktherapeuten specifieke werkwijzen. Werkwijzen zijn categorieën van met elkaar samenhangende doelstellingen. De overgangen tussen de verschillende werkwijzen zijn min of
meer glijdend. Globaal kunnen worden onderscheiden:
 

Steunende werkwijzen
Steunende werkwijzen zijn doorgaans gericht op het voorkomen van achteruitgang in functioneren, het beperken van gevolgen van een stoornis of het op gang brengen van een gestagneerde ontwikkeling. Bij steunende werkwijzen zijn vaktherapeuten duidelijk aanwezig, doordat ze sturend meedoen en meedenken. Ze creëren structuur, veiligheid, moedigen aan of begrenzen de cliënt waar nodig.
 

Klachtgerichte werkwijzen
Klachtgerichte werkwijzen zijn gericht op het verminderen van klachten en hebben doorgaans een kortdurend karakter. Vaak zal de therapie vrij directief van aard zijn, met cognitief-gedragstherapeutische elementen en oefeningen en opdrachten die invloed hebben op de door de cliënt ervaren problemen. De klachtgerichte werkwijzen hebben zowel steunende als inzichtgevende
kenmerken.
 

Inzichtgevende werkwijzen
Inzichtgevende werkwijzen zijn doorgaans gericht op het terugdringen van de stoornis, het verbeteren van psychosociaal functioneren of het (beperkt of verder reikend) inzicht verschaffen in aard en oorzaken van problematiek.
Doel is een concrete gedragsverandering tot stand te brengen die een blijvend karakter heeft. Bij de inzichtgevende werkwijzen heeft een therapeut een meer terughoudende, spiegelende en soms confronterende rol. Het is over het algemeen de cliënt zelf die het tempo en thema’s bepaalt.

 

Profiel van de vaktherapeutische beroepen, april 2007

 

Lijst werkvelden van de vaktherapeut

Gezondheidszorg

Intramurale gezondheidszorg:
 - algemene psychiatrische ziekenhuizen
 - psychiatrische afdelingen van algemene en/of academische ziekenhuizen
 - universitaire klinieken
 - kinder- en jeugdpsychiatrische klinieken/centra klinieken voor verslavingszorg
 - forensisch psychiatrische klinieken

 - medisch kinderdagverblijven /-tehuizen
 - psychotherapeutische gemeenschappen

 - herstellingsoorden
 - epilepsiecentra

 - astmacentra
 - revalidatiecentra
 - verpleeghuizen voor somatisch zieken en psychogeriatrische patiënten
 - instellingen voor mensen met een zintuiglijke handicap


Semi- en extramurale gezondheidszorg
 - Regionale Instituten voor Ambulante GGZ (RlAGG)

 - Multi Functionele Eenheden geestelijke gezondheidszorg
 - psychiatrische dag- en poliklinieken

 - particuliere praktijk
 - therapie aan huis projecten

 - gezondheidscentra
 - fysiotherapiecentra
 - psychologen of pedagogen praktijken
 

Instellingen voor verstandelijk gehandicapten
 -
residentiële centra voor verstandelijk gehandicapten
 - instellingen voor sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten

 - dagverblijven voor kinderen, ouderen en mensen met een meervoudige handicap

 

Orthopedagogische instellingen

Speciaal Onderwijs

 - Z.M.O.K. -scholen

 - Z.M.L.K. -scholen

 - Mytyl/Tytylscholen

 - overige schoolvormen

 

Instellingen (projecten) voor jeugdhulpverlening

 - Instellingen voor zeer intensieve begeleiding

 - opvanghuizen

 - dagcentra voor schoolgaande jeugd

 

Welzijnswerk

Instellingen in de welzijnssector

 - vormingscentra

 - buurhuizen

 

Justitiële instellingen

 - Penitentiaire instelling

 

Overige organisaties

 - instellingen voor seksespecifieke hulpverlening

 - instituten voor slachtofferhulp / daderhulp

 - instellingen voor hulp aan oorlogsslachtoffers/daders

 - vluchtelingenhulp

 - transculturele hulpverlening

 - uitzending naar buitenland (bijv. voor War Child)

 - cliniclowns / pleisterclowns (na specialistische training)

 - hospitium

 - reïntegratiecentra